donderdag 23 maart

AsserJournaal
Uitg. Press Support

Red. Jan en Leni Hof

Tel: (0592) 37 10 17
info@asserjournaal.nl

AsserJournaal
Weather state: licht bewolktlicht bewolkt
ONO
26 km/h
max: 12°C
min: -0°C
Kort nieuws
Verhalen - Dagelijks Feuilleton 9 augustus 2015

 De Bezetting, Het Dagelijks Leven en Het KLEINE VERZET, 63

               door Jan Hof


EPILOOG

 

Ik heb de bezettingsjaren dus heel bewust meegemaakt. En ik heb getracht een indruk te geven van het alledaagse leven in oorlogstijd, zoals een opgroeiende jongen daarmee te maken had en er tegenaan keek.

Er zijn geen spectaculaire zaken gememoreerd, want die hebben zich voor mij niet voorgedaan. Eigenlijk ging het echte verzet aan je voorbij, Daar hoorde je zo nu en dan van, maar het bleef op een afstand. En dat moest natuurlijk ook. Wie er middenin zat keek wel uit om daar grote verhalen over rond te vertellen. Het heetwel te zijn dat er sprake was van een te grote loslippigheid bij de mensen en daaruit stamt dan ook de stelling:

“Er is in de oorlogsjaren nergens meer gepraat dan in het Land van Willem de Zwijger’.

Aardig gevonden, maar in het algemeen niet de waarheid dekkend.

Er werd gepraat. Er werd gekletst en er werd wel eens onverantwoord gehandeld. Maar dat dit echt ongewenste en gevaarlijke vormen heeft aangenomen, daar geloof ik niks van.

 

Na de bevrijding ben ik hier verscheidene keren mee geconfronteerd. Toen pas hoorde ik waar in de buurt onderduikers hadden gezeten. Toen pas hoorde ik dat de buurman van twee huizen verderop betrokken was geweest bij de aanslag op het Gewestelijk Arbeidsbureau, een zware daad. Wel wistik dat hij ondergedoken was, want zijn zoon, die even oud was als ik, had wel eens verteld dat hij stiekem zijn vader had ontmoet en dat die _ om zich onherkenbaar te maken _ een snor had laten staan.

Naast het huis van deze verzetsman woonde een familie waar ook veel contact mee was. Nooit heb ik geweten dat daar verscheidene onderduikers enige tijd hebben doorgebracht.
En dan de geschiedenis van een KP-man, die Bob Scheepstra mij eens schedtste als een van zijn beste mensen: Geert Schoonman,

Ik ben er pas na het schrijven van ‘Frits de Zwerver’ achter gekomen dat hij een grootverzetsman is geweest. Hij woonde zo’n tien huizen bij ons vandaan en al was hij verscheidene jaren ouder, ik kende hem goed.

Nooit heeft er een verhaal de ronde gedaan dat Geert Schoonman ‘in het verzet’

                                         
     SLOT

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 6 augustus 2015

 De Bezetting, Het Dagelijks Leven en Het KLEINE Verzet, 62

 

Ook mijn neef was erin geslaagd wat pakjes sigaretten van de Canadezen te bemachtigen en de koning te rijk keerden we terug naar Erica, waar we werden opgewacht door een massa lieden die een spannend verslag van ons verwachtten. Want we waren de enigen die het hadden aangedurfd naar Schoonebeek te gaan.

Toen ik de pakjes Chesterfield liet zien leek het of er een opstand uitbrak, Ik werd door een kluwen van wel zestig man omsingeld en werd gesmeekt die sigaretten te verkopen.

Dat weigerde ik. Pertinent. Die sigaretten waren voor de oom bij wie en bij WIENS gezin ik de weken zo gastvrij had doorgebracht.

Om de menigte tot kalmte te brengen stelde ik voor drie sigaretten te verkopen.

Wie het lot trok kon een sigaret kopen: voor drie gulden,

Dat voorstel werd aanvaard en _ ik weet echt niet meer hoe het precies ging. Toen de loterij was verricht en ik het uitgegeven geld weer terug had, ben ik naar mijn logeerhuis gelopen en heb daar, dolgelukkig mag ik zeggen, die oom 47 sigaretten overhandigd. Hij keek echt blij.

Ik was, met mijn neef. De eerste die ‘Engelse’ sigaretten het dorp, dat toen nog niet officieel bevrijd was, had binnengebracht.

Alle mannen wilden er bij wijze van spreken een moord voor doen er een te krijgen.

Mijn oom heeft er een tijdlang van genoten, neem ik aan. Maar ikzelf heb nooit gerookt. Wonderlijk? Ach, ik deed en doe wel meer dingen die anderen wel doen. En omgekeerd. Zo blijft er evenwicht in het leven. Ik ben er niet ongelukkig mee.

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 6 augustus 2015

, De Bezetting, Het Dagelijks Leven en Het KLEINE Verzet, 61

 

Op 6 april heb ik de eerste Canadezen mogen begroeten. Die waren op zes kilometer afstand van ons dorp bij Schoonebeek de grens overgekomen, richting Coevorden.

Samen met een even oude neef trok ik via een paar binnenwegen naar de hoofdweg, waar de eenheden van het Canadese leger overheen trokken. En daar heb ik mogen profiteren van de Engelse lessen vanSir Van der Spek. Hij heeft nooit kunnen voorzien dat zijn lessen nog eens op deze manier van pas zouden kunnen komen, maar warempel, ik kon de Engels pratende soldaten redelijk verstaan en mijzelf nog goed verstaanbaar maken ook.

Al krijgik nog wel eens een kleur van schaamte als ik denk aan de grote vergissing die ik heb gemaakt bij de eerste onderhandelingen over de aankoop van Amerikaanse sigaretten.

Ik had precies tien gulden bij me en wat zinken munten,

Van een soldaat kon ik wat kopen en toen ik vroeg hoeveel sigaretten ik voor tien gulden kon krijgen, verstond ik ‘vijftien’, fifteen, en zei als goede koopman dat het er twintig moesten worden. Want dat was vijftig cent per stuk en die prijs leek me redelijk.

De Canadees schudde zijn hoofd.”No”, zei hij,”Fifty!”

Ik hield duidelijk tot zijn verbazing mijn vraag van twenty nog even aan en toen tekende hij met een takje het getal 50 in het zand,

Beschaamd en gelukkig reageerde ik met een goed verstaanbaar ‘oke’ en kreeg twee pakjes Chesterfield in mijn handen gedrukt.

Toen ik hem betaalde, na het briefje van vijf nog drie zinken guldens uittelde en wilde beginnen methet restant aan kleingeld, zei hij dat het genoeg was en liep weg.

 

(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 5 augustus 2015

  De Bezetting, Het Dagelijks Leven en het KLEINE Verzet, 60

 

Voor de fiets was redding niet meer mogelijk. Ik heb hem opgepakt, ben naar de waterkant gelopen en heb hem zo ver mogelijk op de dikke keien gesmeten.

Jarenlang heb ik _ werkelijk waar, de nostalgie reikt ver _  rijdende over de Afsluitdijk altijd uitgekeken naar de plek waar hij is terecht gekomen. Die kan ik altijd nog een beetje schatten, geef of neem een paar honderd meter, want ik was nog maar een kilometer van Kornwerderzand. Het is een blijvende herinnering aan mijn ‘vlucht naar het oosten’.

Toen mijn metgezellin mij had ingehaald zijn we om beurten op de fiets gestapt en reden dan een kilometer om dan weer af te stappen en op de ander te wachten. Dat ging niet sneller, maar je had wel even tijd om uit te rusten.

Bij de Friese kop van de dijk gekomen stelde zij voor dat ik maar door moest gaan. Zij zou proberen van de enkele auto die er nog reed een lift te krijgen. Joure, waar ze heen moest, was niet al te ver meer en ik moest nog een heel eind.

Een paar dagen later arriveerde ik op de plaats van bestemming, het stamdorp van mijn familie: Erica. Het was begin maart en daar heb ik een maand later de bevrijding mogen beleven.

Er is nog wel sprake geweest van gevaar te worden opgepakt om tankvallen te graven en schuttersputjes langs de kant van de wegen, maar als er geruchten waren over een mogelijke razzia hadden we ruimte genoeg om weg te komen.

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 4 augustus 2015

De Bezetting, Het Dagelijks Leven en Het KLEINE Verzet, 59

 

“Und du?” vroeg de soldaat niet onvriendelijk aan mij, Hij ging er terecht van uit dat een vrouw als zij (ze was nog geen dertig) geen zoon van mijn leeftijd kon hebben.”, zei ik licht stotterend, opzettelijk een beetje nerveus.

“Ist das auch Friesland?”

“Ja”, zei ik. En dat was voldoende.

Hij deed de slagboom omhoog en beduidde ons dat we door konden rijden.

En daar fietsten we. Opgelucht en vol goede moed het dertig kilometer verder gelegen Friesland tegemoet.

Het was ongelooflijk leeg op de dijk. We waren de enige gebruikers die langs het vrij stille water van het IJsselmeer fietsten. Het enige wat we hoorden was het geratel van de velgen van de oude damesfiets,

Toen we dik twintig kilometer verder waren begon het achterwiel van de damesfiets opeens te slingeren. Dat naderde het einde. Dit ziende stelde ik voor dat zij op mijn fiets verder zou gaan en dat ik op haar fiets zou stappen omdat ik lichter was en bovendien zo hard mogelijk zou trappen om zo ver mogelijk te komen.

En dat gebeurde. Ik trapte als een bezetene, nam een zeer grote voorsprong, maar net voor Kornwerderzand voelde ik mij ineens achterover zakken. Het achterwiel had het begeven en door de vaart gleed ik nog zeker acht meter door op het betonnen wegdek van de dijk.

Voor de fiets was redding niet meer mogelijk. Ik heb hem opgepakt, ben naar de waterkant gelopen en heb hem zo ver mogelijk op de dikke keien gesmeten.

 

(wordt vervolgd)

 

 

 

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 1 augustus 2015

 De Bezetting, Het DagelijKs Leven en het KLEINE VERZET, 58

 

Was goede raad duur?

Nee, ik kwam er zelf op.

Ik ga zonder persoonsbewijs”, zei ik. “Ik heb nog geen persoonsbewijs, ik ben nog maar veertien!”

En om aan te tonen dat ik echt nog zo jong was, haalde ik ergens een oude alpinopet vandaan, deed de rand naar buiten en zette de pet tot over de oren getrokken op.  Ik leek toen op een jongere uitvoering van de latere creatie ‘Meneer De Bok’ van Andre van Duin, en het werkte. Iedereen vond dat ik zonder meer voor een lichtelijk achtergebleven veertienjarige kon doorgaan.

De volgende ochtend ben ik vertrokken, samen met de vrouw van mijn vaders vriend. Die vriend had geregeld dat we met een oude vrachtwagen die een lading voor Den Oever had, een heel stuk mee konden rijden. Maar toen die na een uur wachten nog niet was verschenen, zijn we maar vertrokken, Zij op een damesfiets zonder banden waarvan we maar moesten afwachten hoelang die het vol zou houden.

We zijnin Den Oever gekomen, hebben daar overnacht en precies op het uur dat er weer op straat mocht worden gegaan, begaven we ons op 28 februari naar de Afsluitdijk. Aan het begin van die dijk werden we tegengehouden door een Duitse soldaat op leeftijd, die in het bijna halfduister bij een wachthuisje stond en zijn hand ophief.

Het was eigenlijk een vreemde gewaarwording,

Daar stond aan het begin van die machtige dijk slechts een man op wacht, die kennelijk al het binnen marcheren van het Rijnland in 1936 had meegemaakt en daarna aan de verschillende fronten sinds Polen had gestaan,.
Hij leek wat uitgeblust, vroeg om de Ausweise, keek in het persoonsbewijs van de vrouw van de vriend en vroeg waar ze heen moest.

 

(wordt vervolgd)

 

 

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 31 juli 2015

De Bezetting, Het Dagelijks Leven en Het KLEINE Verzet, 57

 

Vader moest even met de directeur van het Instituut Van Haren gaan praten om deze over te halen de ‘operatie verandering geboortejaar’ te verrichten. De acht moest een negen worden. Klaar!

Mijn vader ging, maar hij was opvallend snel weer terug.

“Gelukt?”

Hij schudde zijn hoofd.

“Het was niet zoals je zei. Die typeletters kunnen niet onzichtbaar vervangen worden.”

Toen mijn vader mijn verzoek had uitgelegd, had de directeur glimlachend het hoofd geschud.

“Dat kan niet,” zei hij,

“Maar mijn zoon heeft zelf gezien dat die juffrouw het deed.”

De directeur glimlachte weer en zei: “Dat was heel wat anders. Die juffrouw tikte stencils en als je daar een fout op hebt getikt kun je dat herstellen met een soort lak.”

Mijn vader begreep het. Toen hij lichtelijk teleurgesteld afscheid wilde nemen, zei de directeur plotseling:

“Maar ik weet er wel wat op. Geef me dat persoonsbewijs maar even,”

Mijn vader overhandigde het hem en keek met enige verbazing toe hoe de directeur een vulpen uit zijn zak haalde, die van de dop ontdeed en met de pen de acht in een flink geschreven negen veranderde,

“Nou is hij een jaar jonger!” zei hij, terwijl hij de dop weer op de pen schroefde.

Toen ik het veranderde persoonsbewijs zag, schrok ik geweldig. Dit was nu het schoolvoorbeeld van een vervalst persoonsbewijs, Het was waardeloos geworden.

Tijd om het oude paspoort als vermist op te geven was er niet meer. Ik zou namelijk de volgende dag met de vrouw van een vriend van mijn vader, dienaar Friesland moest, via de Afsluitdijk gaan en zelfnaar Drente door reizen.

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 30 juli 2015

DeBezetting,
Het Dagelijks Leven en Het KLEINE VERZET 56

Maar al duurden de dagen weken, de weken maanden en de maanden jaren _ de oorlogleek eindeloos _ je werd tochvanzelf ouder en er kwam een moment dat ook voor mij de gevaarlijke leeftijd aanbrak.

Plotseling verschenen eraan het eind van 1944, aanplakbiljetten dat ‘mannen’ vanaf het geboortejaar 1928 zich moesten melden voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden ten behoeve van de Duitsers.

Daarschool inhet begin nog geen echt gevaar in, maar voormij werd het kritiek toen ik in navolging van mijn zusters op de fietsnaar Drente zou vertrekken en dat moest dus voor 1 maart gebeuren.

Met een persoonsbewijs met het geboortejaar 1928 erop vermeld, leek dit toch een linke zaak en dus kwam ik op het lumineuze idee mijn net uit Drente teruggekeerde vader te vragen of hij niet iemand kende die de datum kon veranderen. Hij had zo’n relatie niet moest hij erkennen, maar toen ik zei dat er misschien wel een mogelijkheid was,stond hij meteen klaar om mee te werken.

In 1943 had ik buiten de school op de woensdagmiddag een cursus ‘machineschrijven’, typen gevolgd en tijdens de oefeningen zag ik de typemevrouw in een hoek van het leslokaal bezig met een bepaalde stof fouten te verbeteren.

Zij kon dus foute letters weghalen en door andere vervangen,

Dat was het. Vader moest even met de directeur van het Instituut gaan praten om hem over te halen de ‘operatie verandering geboortejaar’ te verrichten. Het ging maar om een cijfer: de acht moest een negen worden. Klaar!

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 29 juli 2015

 De Bezetting, Het Dagelijks Leven en HET LEINE VERZET 55

 

Max Blokzijl _  ik heb hem als jongen vaak beluisterd _ kon de glorie van de nieuwe tijd met nog zo veel enthousiasme beschrijven, wat hij aanvoerde werd zonder meer afgedaan als lariekoek.
Hij was een verrader, punt uit en dus bij voorbaat ongeloofwaardig. Ik kan niet geloven dat er in die tijd ooit iemand door hem is bekeerd.

Door de leeftijd heb je jarenlang zonder een directe bedreiging jegens jezelf verkeerd. Er was alleen de dreiging van gevaar ‘van boven’. De Tommies konden per ongeluk bommen laten vallen. Je was er bang voor.

Ik herinner me nog heel duidelijk hoe het hart me soms in de keel klopte als de Tommies ’s nachts over vlogen. Met vreugde begroette je de berichten van de Engelse zender dat er weer luchtaanvallen met duizend toestellen tegelijk hadden plaatsgevonden, dat de eerste duizend pond bommen waren gebruikt. Het waren allemaal tekenen van een naderende bevrijding. Je juichte het met heel je hart toe dat de moffen er zo zwaar van langs kregen.

Maar toch … de levenswil is groter dan de bereidheid voor het goede doel een bom op je huis te krijgen en daarom lag je wel eens in bed met de wens dat ‘ze vannacht best maar eens weg mochten blijven’, dat de sirenes die naderende vliegtuigen aankondigden niet zouden klinken.

Je voelde je een collaborateur, een lafaard, maar daar nam je onder de omstandigheden genoegen mee Je hoeft niet altijd de held te spelen.

Merkwaardig. Overdag, met die Amerikaanse brengers van het goede nieuws in de lucht, was er van die angstgevoelens helemaal geen sprake. Dan was je nier bang en je hoopte alleendat het afweergeschut de vliegende forten niet zouden raken, Je kon zien wat er gebeurde en desnoods maatregelen nemen: wegduiken.

 

(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Dagelijks Feuilleton 27 juli 2015

De Bezetting,
Het Dagelijs Leven en het KLEINE Verzet 54

 

Ik heb niet meer kunnen achterhalen wanneer en waarom de bewuste razzia in die buurt in Zaandam heeft plaatsgevonden.

Na de bevrijding hoorde je nog wel eens wat er zich aan verzetsdaden in de streek had voorgedaan; tijdens de bezetting was de berichtgeving daarover in de gelijkgeschakelde pers zeer summier. Veel werd door de Duitsers verzwegen want het volk mocht beslist niet de indruk krijgen dat er met geweldsdaden tegen hen werd opgestaan, Dat zou het vertrouwen in een goede afloop van de oorlog alleen maar versterken.

In die jaren van de bezetting heb ik met een meer dan gemiddelde interesse het verloop van de oorlogshandelingen bijgehouden; de strijd tussen Rommel en Montgomery in Afrika werd net zo intensief gevolgd als de opmars door en de verdere ontwikkelingen in Rusland.

Je luisterde op zondag naar het cabaret van Meneer Keuvel en Juffrouw Klessebes, Nazi-propaganda? Ja, wel zo bedoeld, maar het had zelfs op een scholier een averechtse uitwerking. Je vond het grappig om er naar te luisteren en je kon er soms om lachen, maar alleen maar omdat je niet geloofde in wat er werd gezegd en, integendeel, de zaak omdraaide.

Onbewust maar wel reëel hoorde je in de uitgesproken teksten de onmacht van de mensen van de nieuwe orde, of ze er zelf niet in geloofden.

 

(wordt vervolgd)

 

 

Laatste nieuws