woensdag 23 augustus

AsserJournaal
Uitg. Press Support

Red. Jan en Leni Hof

Tel: (0592) 37 10 17
info@asserjournaal.nl

AsserJournaal
Weather state: zwaar bewolktzwaar bewolkt
WZW
26 km/h
max: 21°C
min: 15°C
Kort nieuws
Verhalen - Even een verhaaltje 9 augustus 2015

Verhaal voor de Jeugd

  

Na lange tijd van onthouding at Dingo weer. Het eten smaakte hem heerlijk. Hij was gewoon uitgehongerd.

 
De Zoon van Dingo (13)

door Leni Hof-Hoogland

 

In minder dan geen tijd had Dingo de hele bak leeg.

“Ik heb alles opgegeten”, zei hij een beetje beschaamd.

“Mooi zo”, vond de vos. “Schaam je maar niet voor je gezondheid. We zijn nu eenmaal onze vrijheid kwijt, dus laten we er maar het beste van maken!”

De volle maag gaf Dingo een soezerig gevoel. De kangoeroe’s waren al vast in slaap en snurkten om het hardst. Ook de vos zei niets meer.

Dingo sloot zijn ogen en sliep diep en vast tot de volgende morgen. Hij werd wakker van een geweldig gedreun. De kangoeroe’s gilden van angst.

“Meneer Vos”, schreeuwde Dingo. “Wat is dit allemaal? Wat gaat er gebeuren?”

“Blijf kalm, vrienden”, zei de vos. Het is niets bijzonders. De motoren worden opgestart. Dat soort vreemde geluiden, daar moeten we gewoon aan wennen.”

De vos had gelijk. De eerste dagen op de oceaan waren vreemd en soms onaangenaam, want de dieren waren in het begin allemaal een beetje zeeziek. Maar na een poos merkten ze niet eens meer dat ze voeren. Het begon zelfs een beetje te vervelen. Elke dag opgesloten in hetzelfde hok. Elke dag dezelfde man die de dieren hun voedsel bracht. Elke dag hetzelfde gedreun van de motoren en het vage gekabbel van het oceaanwater. Het was zeer eentonig.

Toch gebeurde het wel eens dat het schip een hele dag stil lag. Maar de dierentuin was zeker heel ver, want de hokken bleven in het ruim.

“Misschien moeten we hier wel altijd blijven”, zuchtte Dingo verveeld.

“Natuurlijk niet, domme hond”, zei de vos. “Heb maar geduld. Als we landen en bij de dierentuin zijn, dan worden we hier wel weggehaald.”

De kangoeroe’s verveelden zich ook. Maar gelukkig konden ze mooi zingen. En ze zongen vrolijke kangoeroeliedjes tot ze schor waren.

Dingo vond die liedjes prachtig, maar ze deden hem telkens aan thuis denken en dat maakte hem bedroefd.

 
(wordt vervolgd)

Verhalen - Even een verhaaltje 7 augustus 2015

Verhaal voor de jeugd 

De bootreis is begonnen en de bewaker, die het eten voor de gevangen dieren brengt, denkt dat hij nog wel goede vrienden met Dingo zal worden.

 

De Zoon van Dingo (12)

 door Leni Hof-Hoogland

 
De stem van de man klonk vriendelijk en sussend. Maar hij vertrouwde Dingo kennelijk niet, want hij haalde een dikke handschoen uit zijn zak en trok die aan. Zo beschermd zette hij een schotel met heerlijk geurend voedsel bij Dingo neer. Dingo keek argwanend toe. Hij moest een beetje lachen in zichzelf om die man, die zeker bang was dat hij in zijn hand zou bijten.

Nou, dat was hij ook wel van plan geweest, maar hij had geen zin in een handschoen te happen.

De man deed het deurtje dicht en zei: “Zo, kleine vriend. Eet smakelijk en tot morgen.”

Ook de vos kreeg zijn eten en daarna deed de man het licht uit en vertrok.

De kangoeroe’s begonnen meteen luidruchtig te smikkelen.

“Oh, wat smaakt dat heerlijk!” riep een van hen. “Veel lekkerder dan dat eten dat we in de vrachtauto kregen”, vond een ander.

Dingo ontdekte dat hij nu toch een geweldige honger had. Het water liep hem uit de bek alleen al bij de geur van het eten. Toch was hij niet van plan om ook maar een hap van dit kostelijke voer te verorberen.

“Laat die mensen het zelf maar opeten”, mompelde hij en hij klemde zijn kaken stevig op elkaar.

“Dingo!” riep de vos. “Hoe is het, ben je al aan het eten?”

“Geen sprake van”, zei Dingo. “Ik zou er geen hap van door mijn keel kunnen krijgen!”

Wat waren de kangoeroe’s daar verontwaardigd over.

“Hoe bestaat het! Hij proeft het niet eens!”

“Ik gun het die man niet dat ik van dat eten neem. Wat zal hij lachen als hij morgen de vole bak ziet. Misschien laten ze me wel weer los als ze zien dat ik helemaal niet eet!” zei Dingo.

“Nu wou ik je toch wijzer hebben, jonge vriend!” zei de vos. “Je denkt toch niet dat die mensen al dat werk hebben gedaan om je te pakken, alleen om je na verloop van tijd weer los te laten?

Kom, jongen, eet nu maar. Morgen gaan we varen en als je dan nog een lege maag hebt, zou je wel eens erg zeeziek kunnen worden.”

Terwijl de vos uitlegde wat zeeziekte was, begon Dingo langzaam te eten. De vos zou wel gelijk hebben. Hij was tenslotte heel wat wijzer dan een jonge wilde hond.HijH


(wordt vervolgd)

 

 

 

Verhalen - Even een verhaaltje 5 augustus 2015
     Verhaal voor de Jeugd

Dingo en de andere vier gevangen dieren worden aan boord van een groot schip gebracht.

 

     De Zoon van Dingo (10)

Door Leni Hof-Hoogland

 

Op het schip werden de hokken op het dek neergezet. Daar bleven ze een poosje staan. Dingo keek naar de andere schepen en naar de meeuwen, die steeds rondom het schip vlogen. Hij benijdde de vogels om hun vrijheid. Na enige tijd werden de dieren in het ruim geladen. De hokken kwamen in een afgeschut hoekje in het schemerdonkere ruim te staan. Om hen heen was er enorm veel lawaai, want de rest van het ruim moest ook nog worden gevuld. Zware kisten werden aan takels naar beneden gelaten, waar mannen met harde stemmen zorgden dat alles netjes naast en op elkaar kwam te staan.

Dingo sloot even duizelig de ogen. Hij had die laatste dagen dan ook heel wat meegemaakt. Eerst zijn gevangenneming in de woestijn, toen de tocht in de vrachtauto en nu zat hij dus in het ruim van een schip dat binnenkort de oceaan zou oversteken.

“Meneer Vos?” riep hij. “Kunt u me horen?”

Het hok van de vos stond vlak naast dat van Dingo.

“Ja, ik hoor je, Dingo”, riep de vos. “Maar met dit kabaal kunnen we niet rustig praten. Ga maar een dutje doen. Als de mensen klaar zijn met laden, dan wordt het hier wel rustiger.”

Dingo probeerde de goede raad van de vos op te volgen, maar dat viel niet mee. Steeds weer schrok hij op van een harde klap of een luide schreeuw. Zijn oren begonnen ervan te suizen. In de woestijn had hij nog nooit zoveel lawaai gehoord.

“Wat was het daar toch lekker rustig”, zuchtte hij.

Het laden ging de hele dag door. Toen gingen de luiken dicht en werd het donkerder en stiller in het ruim.

“Ziezo, Dingo”, zei de vos. “Ben je al wakker?”

“Ik heb geen oog dicht kunnen doen”, zei Dingo. “Wat een lawaai maken die mensen bij alles wat ze doen. Verschrikkelijk!”

“Ja, jongen, zo zijn ze nu eenmaal”, zei de vos. “Ze denken dat ze de mooiste dieren van allemaal zijn en de verstandigste. En dat de hele wereld van hen alleen is. Ik wou dat ik hun taal kon spreken, dan zou ik ze wel eens even wat anders vertellen!”

 

(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Even een verhaaltje 1 augustus 2015
     Verhaal voor de Jeugd

De vrachtwagen met Dingo, de vos en de kangoeroe’s, komt aan bij een havenplaats en de dieren worden overgeladen op een schip.


De Zoon van Dingo (9)

door Leni Hof-Hoogland

 

De oudste kangoeroe schraapte zijn keel en zei: “We zijn blij en dankbaar dat we u bij ons hebben, meneer Vos. U weet zo veel! Anders zouden we ons maar zorgen maken. Wat bent u toch knap, meneer Vos.”

“Och ja”, zei de vos bescheiden.  “Wij vossen zijn uitgerust met een goed verstand. Mijn vader heeft me altijd erg veel geleerd. Allemaal zaken die hij weer van zijn vader had geleerd. En als ik ook eens kinderen mocht krijgen, dan zal ik hen ook weer van alles leren. Zo gaat dat bij ons.”

Toen zweeg hij, want er kwamen twee grote mannen binnen.

“We zullen de kangoeroefamilie eerst maar even verhuizen”, zei een van de mannen.

Ze pakten het hok van de kangoeroe’s op en droegen het zuchtend en steunend naar buiten. Toen pakten ze de kooi van Dingo en daarna die van de vos. Ze zetten de hokken op de kade neer. Dingo keek zijn ogen uit. Wat een drukte en wat een boten! Het was een mooi gezicht, al dat water.

Dus dat was nu de oceaan, waarover de vos had verteld. En wat waren die boten groot! Helder wit geschilderd, met gekleurde pijpen en vlaggen. En overal renden mensen heen en weer. Ze duwden karren voort of hadden zakken of kisten op hun schouders. Dingo was blij om weer eens frisse lucht te kunnen inademen. Het was nogal benauwd geweest in de vrachtauto. Hij kon niet zien waar de vos en de kangoeroe’s stonden, maar hij dacht dat hun hokken dicht bij hem in de buurt stonden. Toen hij de vos riep, kreeg Dingo echter geen antwoord. De vos kon hem zeker niet horen met al dat lawaai op de kade.

Na een poosje kwam er twee mannen met een kar. Zij pakten de hokken op en zetten ze op de kar. Daarna reden zij ermee naar het einde van de kade, waar een grote, wit en blauw geverfde boot aan de kant lag. Dingo gaf zijn ogen goed de kost.

Toen de mannen de kar over de brede loopplank op het schip hadden  gereden, dacht hij: “Nu is het gebeurd. Als dit schip de grote oceaan is overge-stoken, zie ik onze woestijn nooit meer terug”.

Hij dacht nog even aan zijn ouders en broertje en zusjes en zuchtte. Maar hij huilde niet meer.

“Ik wil niet kinderachtiger zijn dan de kangoeroe’s”, dacht hij dapper.


(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Even een verhaaltje 28 juli 2015


Verhaa voor de jeugd


De vos vertelt Dingo van alles over vreemde landen en vreemde volken. Dat maakt de reis minder vervelend, maar Dingo krijgt wel heimwee naar zijn familie en kan zijn tranen niet bedwingen.

 

De Zoon van Dingo (8)

door Leni Hof-Hoogland

 

“Waarom huil je, Dingo?” vroeg de vos bezorgd.

“Ik … ik verlang zo naar huis”, snikte Dingo.

“Kom, kom”, troostte de vos. “Daar moet je maar even niet aan denken. Niet meer huilen, joh, dat staat zo kinderachtig! Zelfs de kangoeroe’s hebben niet gehuild.”

Het snikken hield op en de vos lachte tevreden.

“Zo ken ik je weer, Dingo”, zei hij. “Neem maar van mij aan dat huilen het laatste is dat je moet doen. Het is niet direct een pretje in een hok gevangen te zitten en met onbekende bestemming door Australië te rijden. Maar aan de andere kant is het ook een avontuur! Wie weet wat we allemaal zullen zien. En als we in de dierentuin een domme bewaker treffen, kunnen we misschien nog wel ontsnappen ook!”

“Ik hoop maar dat ze ons in die dierentuin dicht bij elkaar zetten”, zei Dingo.

“Wie weet”, zei de Vos. “We zullen wel zien, Dingo.”

Zo praatten de twee dieren de hele nacht met elkaar. De wagen reed al weer en de zon stond al weer te schijnen toen ze in slaap vielen.

De vrachtauto hotste en botste over de weg vol kuilen en het was moeilijk daar wakker bij te blijven. De kangoeroe’s, die de hele nacht hadden geslapen, waren wel wakker en babbelden de hele dag lang.

Opeens werd Dingo met een schok wakker. De kangoeroe’s gilden en schreeuwden: “Vos en Dingo, word wakker! Er gaat iets gebeuren!”

De auto stond stil en buiten klonk een verschrikkelijk lawaai.

Dreunende stappen, harde mensenstemmen, geklots van water en getoeter van boten. De vos was nu ook klaar wakker.

“Dieren”, zei hij, “we zijn kennelijk bij de haven. Ze zullen ons nu in een boot overladen. En dan gaan we de oceaan over naar een vreemd land. Maak je maar niet bang of bezorgd. Gevaarlijk zal het niet zijn. Maar het zal wel een lange, lange reis worden.”

 

(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Even een verhaaltje 26 juli 2015
 

Verhaal voor de Jeugd 

 

Onderweg in de vrachtauto leert Dingo veel van de vos, die net als hij is gevangen door jagers op dieren voor de dierentuin.

 

De Zoon van Dingo (7)

door Leni Hof-Hoogland

 

“Wat is dat nu weer, een oceaan?” vroeg Dingo.

De vos legde het hem uit: ”Een oceaan is een oneindig grote plas water, die ook nog eens heel erg diep is. Er wonen vissen en andere waterdieren in. De mensen zwemmen er ook wel eens in, maar dicht aan de kant, want verder durven ze niet te gaan. Er zijn vaak hoge golven en een sterke stroming. Maar ze hebben boten gebouwd, waarmee ze over de oceaan heen en weer varen. Dus als we naar een ander land gebracht worden, dan gaan we in zo’n mensenboot de oceaan over. Dat kan dan nog een hele reis worden!”

Dingo luisterde ademloos. De vos wist nog veel meer dan de meester op school. De kangoeroe’s hadden hun eten op en waren in slaap gesukkeld. Wat de vos vertelde konden ze toch niet volgen.

Maar Dingo was een en al oor en dacht niet aan slapen. Dat hadden ze tenslotte de hele dag al gedaan.

Onder het zachte gesnurk van de kangoeroe’s vertelde de vos van alles en nog wat aan Dingo over vreemde landen.

“In geen enkel ander land hebben ze dingo’s zoals hier”, zei de vos. “Daarom willen ze er natuurlijk een paar hebben om in de dierentuin in een kooi te zetten. Dan kunnen de mensen en hun kinderen in die vreemde landen zien hoe een dingo er uit ziet. Begrijp je wel, Dingo?”

“Ja, ik begrijp het best”, zei Dingo. “Maar waarom moesten ze nu juist mij daar voor hebben. Ik wil helemaal niet naar een dierentuin in een vreemd land.”

“Tja”, zei de vos, “je hebt gewoon pech gehad, net als ik. We zijn in hun vangnetten verstrikt geraakt. Er is niet veel aan te doen.

En och, misschien valt het nogal mee in zo’n dierentuin. Het is in elk geval een gemakkelijk leventje. Je hoeft niets te doen en het eten word je zo voor je neus gezet.”

Dingo zei niets. Hij dacht aan thuis en de tranen schoten hem in de ogen. Hij begon zacht te snikken.

 

(wordt vervolgd)

 

Verhalen - Even een verhaaltje 23 juli 2015

Verhaal voor de Jeugd

 

Dingo zit met drie andere honden in de kennel op het schip dat hem en de familie van Erik naar Australië zal brengen. Hij vertelt zijn lotgenoten zijn verhaal.

 
De Zoon van Dingo (6)

door Leni Hof-Hoogland

 

De drie honden waren nu nieuwsgierig gemaakt en dus moest Dingo alles vertellen. Over zijn ouders, zijn zusjes Snoesje en Schatje en broertje Dongo. Over de woestijn en over de jacht, waarbij hij in een net werd gevangen. En over de tocht in een vrachtwagen door de woestijn en de zeereis naar Amsterdam.

Trix, Timmie en Herta keken Dingo vol bewondering aan toen hij was uitverteld.

“Sjonge, wat heb jij al veel meegemaakt!” zei Herta. “Jij moet wel een heel bijzondere hond zijn dat ze je in de dierentuin wilden houden. Maar ja, je was een wilde hond, dat is het verschil met ons gewone honden.”

“Maar we gaan vast niet naar een dierentuin,hoor”, stelde Trix Dingo gerust. “Onze bazen zijn toch ook op het schip. Die komen ons vast wel halen als we er zijn!”

Dingo knikte en zuchtte. Hij wilde het graag geloven, maar hij was toch een beetje bang.

Zo gingen de dagen voorbij. Het schip voer. Dat konden de honden voelen aan het trillen en bonken. Erik kwam elke dag even naar Dingo kijken.

“Hoe is het met je, Bobbie?” vroeg hij dan. “Verveel je je niet? Kun je goed opschieten met je lotgenoten?”

Dingo kwispelstaartte dan en blafte. Iedere keer als Erik kwam hoopte hij dat hij uit de kooi mocht. Maar nee, hoor, Erik ging steeds weer zonder hem weg.

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Even een verhaaltje 19 juli 2015
Verhaal voor de Jeugd

 

Dingo, de vos en de drie dinosaurussen zitten in kooien in de vrachtauto. De vos denkt dat ze naar een dierentuin gaan.

 


De zoon van Dingo,(5)

Doodoor Leni Hof-Hoogland

 

“Het zal mij benieuwen wat die mensen gaan doen”, zei de vos. “Of ze vannacht doorrijden of dat ze gaan slapen. Ze zullen toch ook wel even gaan eten.”

“Nu je het over eten hebt, ik rammel van de honger”, zei een van de kangoeroe’s. “Ik hoop dat ze ons ook wat eten brengen!”

Dingo kon zich niet voorstellen dat de kangoeroe aan eten dacht. Hij zou van het heerlijkste eten geen hap door zijn keel kunnen krijgen. Zo bang en zo boos voelde hij zich. Wat gemeen waren de mensen toch om onschuldige dieren te vangen en weg te slepen van hun familie om ze te kijk te zetten in een dierentuin. En toch had zijn vader hem verteld dat sommige mensen wel aardig waren. Dingo begreep er niets van.

De vrachtauto stond plotseling stil en even later drongen heerlijke luchtjes door de kieren naar binnen.

“Net wat ik dacht”, zei de vos. “Ze zijn natuurlijk aan het eten.”

“En ons laten ze honger lijden”, klaagde de kangoeroe.

Maar hij had ongelijk. Na een poosje kwam er een man met een lamp naar binnen. Hij zette de lamp in het midden van de vrachtwagen neer en droeg toen wat schalen met voer naar binnen. Hij zette in elk hok een schaal neer. De kangoeroe’s begonnen meteen haastig te eten, maar Dingo keek er niet eens naar.

Toen de mensenhand de schaal in zijn hok had neergezet, had hij fel zijn scherpe tanden in dat mensenvlees gezet. Het bloed spatte er uit en Dingo had er stilletjes om gelachen. Evenals om de boze stem, waarmee de man had gezegd: “Au, gemene woestijnhond. Is dat je dank voor dit heerlijke eten?”

De hele nacht bleef de auto staan. De mensen sliepen zeker ergens buiten. 

Dingo hoorde de kangoeroe’s zachtjes snurken, maar zelf deed hij geen oog dicht. De vos sliep ook niet, maar liep rusteloos in zijn hok heen en weer.

“Slaap je niet, Dingo?”vroeg hij.

“Nee”, zei Dingo. “Ik kan niet. Ik heb ook niet gegeten. Maar die mens heb ik in zijn hand gebeten!”

 
(wordt vervolgd)

Verhalen - Even een verhaaltje 16 juli 2015
Verhaal voor de Jeugd

 

Dingo is gevangen gezet met een woestijnvos en drie kangoeroe’s. Volgens de vos zijn ze op weg naar de een of andere dierentuin.

 

De zoon van Dingo, / (4)

Door Leni Hof-Hoogland

 

De vos schraapte zijn keel en zei toen: “Jongeman, er is maar één ding dat ik zeker weet. En dat is, dat de mensen ons niet zullen slachten en opeten. Anders zouden ze niet zo’n moeite hebben gedaan om ons levend te vangen. Ik ben bang dat we naar een dierentuin gebracht zullen worden.”

“Een dierentuin?” vroegen Dingo en de kangoeroe’s. “Wat is dat? Betekent dat, dat we tussen de bloe-men worden neergezet?”

“Welnee”, zei de vos. “Een dierentuin is een groot park met dieren, die opgesloten zitten in kooien en hokken. Iedere dag komen er een heleboel mensen naar die dieren kijken. Ik heb gehoord dat een dier er een gemakkelijk, maar wel wat vervelend leven heeft, met genoeg te eten. Maar dat je nooit uit je hok mag. Het enige vertier dat je er hebt is dat je de mensen op je gemak kunt bekijken om te ontdekken hoe lelijk en dom ze zijn. Maar dat is dan ook alles.”

De dieren zwegen onthutst. Het idee opgesloten te worden in een dierentuin lokte hen helemaal niet. Dingo dacht aan zijn broer en zusjes en zijn vader en moeder en hij had moeite zijn tranen te bedwingen. Maar hij wilde niet dat de kangoeroe’s zouden zien hoe kinderachtig hij was en daarom slikte hij maar een paar keer.

Na een poosje stapte de grote man in de auto en de tocht begon.

De weg was slecht en zat vol kuilen. De dieren hotsten en botsten heen en weer in hun kooien.

“Het zal mij benieuwen naar welke dierentuin we gaan”, mompelde de vos. “Volgens mij rijden we naar het oosten. Jammer dat we niet naar buiten kunnen kijken.”

“Ik wou maar dat het een boze droom was”, zuchtte Dingo. “En dat ik nu wakker werd …”

Maar het was geen boze droom.

“Was ik maar niet gaan spelen na schooltijd”, dacht Dingo. “Dan zat ik nu thuis aan een dopje dauwdruppelthee. Wat zullen vader en moeder wel denken als ik helemaal niet thuis kom!”

Binnenin de vrachtauto werd het steeds donkerder.

 

(wordt vervolgd)

Verhalen - Even een verhaaltje 13 juli 2015
    Verhaal voor de Jeugd

Dingo wordt samen met een woestijnvos en drie kangoeroe’s gevangen door mensen, die de dieren aan een dierentuin gaan verkopen.

 

De zoon van Dingo (3)

Door Leni Hof-Hoogland

 

Dingo had gelijk. Het waren mensen die hem gevangen hadden genomen. De mensen maakten in hun auto’s een tocht door de woestijn en hielden zo nu en dan een drijfjacht om dieren te vangen voor de dierentuinen.

Samen met Dingo hadden ze nog een woestijnvos en een stuk of wat kangoeroe’s gevangen. In een grote vrachtauto stonden getraliede kooien klaar.

Een grote man met een zware stem en sterke handen maakte Dingo los uit het net waarin hij verstrikt was geraakt.

“Ziezo, hondje”, zei hij. “Jij bent de eerste dingo die we vangen en je krijgt een kooi voor jou alleen. Bof jij even!”

Dingo rilde van afschuw onder de aanraking van die mensenhanden. Wat waren ze met hem van plan?

Zijn hart bonsde angstig toen de grote man hem in een kooi in de vrachtauto stopte en de traliedeur met een stevige schuif afsloot. Dingo snuffelde in alle hoeken van zijn nieuwe onderkomen. Het beviel hem helemaal niet. Hij ging rechtop tegen de tralies staan en drukte er met zijn hele gewicht tegenaan.

“Schei er maar mee uit, vriendje”, zei een zachte stem tegenover hem. De stem was van een kangoeroe, zag Dingo. Die zat in een groot hok met nog twee kangoeroe’s.

“Uit deze hokken kun je niet ontsnappen”, ging de kangoeroe verder. “Wij hebben het met zijn drieën geprobeerd, maar er zit geen enkele beweging in die deur. En dan te bedenken dat de kinderen thuis op me zitten te wachten”, zei het dier bezorgd.

Dingo zuchtte. Naast hem zat de woestijnvos, ook in een hok alleen. Dingo kon hem niet zien, maar aan de reuk wist hij dat het een vos moest zijn.

“Wat denkt u dat er met ons gaat gebeuren, meneer Vos?” vroeg Dingo.

 

(wordt vervolgd)

Laatste nieuws